16 April 2019
Sabrina Doornekamp
Sabrina Doornekamp
Share
Tweet about this on Twitter0Share on LinkedIn0Share on Facebook0

Design sprint workshop van Jake Knapp

Dinsdag 2 april jongstleden kon ik lopend naar mijn ‘werk’, want die dag ging ik naar een workshop over ‘design sprints’ in de Hermitage (Amsterdam). Het bijzondere hieraan was dat het werd gefaciliteerd door Jake Knapp zelf, de schrijver van het gelijknamige boek Sprint: How To Solve Big Problems and Test New Ideas in Just Five Days. Heel verrassend was de inhoud van de workshop daarom ook niet maar dat maakte het niet minder leerzaam.

Voor de mensen die nog nooit van ‘design sprints’ of van Jake Knapp hebben gehoord, een ‘design sprint’ is een methode om in één week van een probleem tot een gevalideerd concept te komen. Jake Knapp heeft een boek geschreven over deze methode en zijn boek is dan ook erg populair.

De inhoud van de workshop ga ik in deze post niet bespreken omdat dat in Knapps boek te vinden is. Ik besteed aandacht aan wat er juist niet in staat.

Om te beginnen start ik met de afsluiter van de dag. Jake noemde, in een toch wel emotioneel einde van de workshop, zijn vader die zei: “Find a way to enjoy your work, because you’ll spend most of your life at work.” Dit citaat schiet tot nu toe elke dag op een willekeurig moment door mijn hoofd. Het is moeilijk om te negeren dat werken veel tijd van de dag inneemt en het sterkt mij in de overtuiging dat ik niet werk om te leven maar dat werk onderdeel is van mijn leven. Hoe ik dat invul is deels aan mij en deels geluk, althans zo zie ik het. Kenmerkend voor mijn generatie (de Millenials, geboren tussen 1981 en 1996) is dat werk gezien moet worden als ‘zinvol’ of dat het moet ‘leuk’ zijn. Ik wil werk doen dat meestal aansluit bij mijn karakter, omdat ik daardoor mijn werk ervaar als natuurlijk en plezierig.

Dan inhoudelijk verder over de workshop over ‘design sprints’. Ik beschrijf hieronder vier leerpunten over deze methode die niet in het boek staan.

1. Een ‘design sprint’ is rommelig

De tafels in de workshop leken te klein voor de hoeveelheid Post-its, stickervellen, stiften, lege vellen papier, plakband en drinkflessen. Het gaat tijdens een ‘design sprint’ niet om iets perfects te maken maar om iets te hebben dat goed genoeg is. De nadruk ligt op snelheid en validatie van een concept. Probleemaannames, schetsen, concepten, prototypes en evaluatie zullen daarom niet perfect zijn en dat is dan ook helemaal goed.

2. Notities maken kan beter dan in het boek staat beschreven

In het boek wordt een manier van notities maken beschreven die niet ideaal is volgens Jake. Aan het einde van de sprint ben je namelijk vermoeid. Vrijdags, aan het einde van de dag is het moeilijk nog extra energie op te brengen voor het sorteren van Post-it aantekeningen van het gebruikersonderzoek. Door de sprintvragen te vertalen naar ‘ja/nee/misschien’ vragen hoeven de meekijkers tijdens de interviews alleen te noteren of de vragen die zij toegewezen hebben gekregen zijn beantwoord. Het eindresultaat ziet er dan ongeveer zo uit:

Spreadsheet met de ja/nee/misschien vragen

De vragen benadrukt door kleur (handig voor presentaties)

Tijdens de workshop verwees Jake naar een artikel van Douglas Ferguson die bovenstaande manier gedetailleerd uitlegt. Ook al heb ik het nog niet geprobeerd, het lijkt me een efficiënte methode die zo’n laatste dag van de sprint wat verlichting kan geven.

3. Mensen die geen motivatie hebben halen de resultaten naar beneden

Tijdens de uitvoering van de opdrachten zag ik bij diverse groepjes mensen die er niet echt veel zin in hadden. Misschien waren ze naar de workshop gestuurd door hun baas, misschien vonden ze het tegenvallen, ik weet het niet. Wat ik wel weet is dat de andere teamleden energie kwijtraakten door de demotivatie van anderen. Ze moesten de persoon in kwestie bij de les houden, meerdere keren vragen of hun smartphone aan de kant kon en aandringen op meer input van hun kant. Zonde van alle tijd en energie dus. Aan het einde van de dag kwam ter sprake hoe om te gaan met sceptici. Het antwoord was uitleggen wat het gevolg is van een onderdeel. “We doen dit omdat…..” En doe dit dan ook vooral lekker veel en vaak.

4. Een sprint kan niet in drie dagen

Sommige managers, ‘product owners’ of klanten willen wel een ‘design sprint’, maar vragen of dat ook niet in drie dagen kan. Volgens Jake kan dit niet omdat er dan te weinig tijd overblijft. Op die manier is het logistiek onmogelijk elk onderdeel van de sprint adequaat te doorlopen en zo betrouwbare resultaten te genereren.

Conclusie

‘Design sprints’ zijn populair en niet zonder reden. Als team kun je snel en met aandacht in éen enkele week een propositie te valideren. Mits het team toegewijd is, de opdrachtgever vijf dagen eraan kan en wil besteden en de methode goed wordt toegepast.

De workshop was erg leerzaam. Niet alles was nieuw voor mij, omdat ik het boek al kende en reeds ervaring heb met ‘design sprints’. Door het enthousiasme, de toewijding en uitvoering van Jake Knapp realiseerde ik dat een ‘design sprint’ het beste werkt als het tot in de details en volgens de methode wordt uitgevoerd. Een leerzame les. Ik kijk nu al uit naar de volgende ‘design sprints’.

Over de auteur

Sabrina Doornekamp (/sdoornekamp) is user experience designer met een achtergrond in grafische vormgeving. Gecombineerd met haar studie Digitale Cultuur geeft dit Sabrina de basis voor haar interesse in digitale systemen en gebruikers. Ze gelooft dat samenwerking en communicatie belangrijke onderdelen van elk ontwerpproces zijn.

Events (25), Methodologies (11)

Share
Tweet about this on Twitter0Share on LinkedIn0Share on Facebook0